|
Rundveehouderij
Aantal deelnemers studieclub:
11
Begeleiding: Arnoud
Bink en Richard Korver, DLV
Belangrijkste onderwerpen:
terugdringing gewasbeschermingsmiddelen in maïsteelt
en grasland. |
Nieuwsflist Rundveehouderij over onkruidbestrijding
Onkruidbestrijding kan niet alleen nadelige effecten hebben op de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewaterwater, ook de grasopbrengst kan erdoor dalen.
Pleksgewijze bespuiting is daarom een betere oplossing. Dit en meer over onkruidbestrijding in de nieuwe Nieuwsflits Rundveehouderij juli 2010.
Nieuwsflits Rundveehouderij over gebruik GPS (juli 2009)
In de nieuwsflits Rundveehouderij aandacht voor de bijeenkomst van 13 juli over maïs. Daarin stond het gebruik van GPS bij het zaaien, bemesten en bespuiten centraal.
Deelnemers kregen door Dunea een fles rode kleurstof aangeboden. Door de kleurstof toe te voegen aan de rugspuit wordt voorkomen dat een onkruid gemist wordt of dat het onkruid
een dubbele bespuiting krijgt. Lees meer
Nieuwsflits Rundveehouderij over maisteelt en Ridderzuring (november 2008)
De nieuwsflits Rundveehoudrij gaat grotendeels in op onkruidbestrijding en de teelt van mais. Ook de nieuwe robot RUUD, die gebruikt wordt bij de vestrijding van Rudderzuring, wordt besproken. Lees meer
Drie methoden om emissies in maïsteelt te beperken (oktober 2008)
Veehouders, loonwerkers en adviseurs bespraken in september in een veldwerkbijeenkomst de resultaten van een proef met drie manieren om onkruid te bestrijding bij de teelt van maïs. Alle methoden bleken in elk geval de emissies naar het water te verkleinen.
Drie deelnemers van Zuiver Water stelden hun maïsperceel beschikbaar om drie methoden van onkruidbestrijding te testen. Twee percelen werden geschoffeld: een in combinatie met rijenbespuiting, de ander kreeg één maal een volveldsbespuiting van de randen van het perceel. Het derde perceel was bewerkt met volveldsbespuiting met luchtinjectie met het oog op de beperkte draagkracht van de grond.
Uit de metingen na afloop bleek dat alle drie de methoden de emissie van bestrijdingsmiddelen naar het water reduceren. Vooral de combinatie schoffelen en rijenbespuiting leverde goede resultaten op. In het perceel dat volvelds bespoten werd met luchtinjectie, zag met name het perzikkruid als nakiemer nog kans zich tussen de maïs te ontwikkelen.
Robot gaat onkruid te lijf (oktober 2008)
De beste manier om in grasland ridderzuring te bestrijden is nog onderwerp van discussie: met de rugspuit of een robot?
Om ridderzuring in zijn grasland te bestrijden, loopt melkveehouder Henk Kolbach al jaren consequent zijn percelen na met de rugspuit. Als hij een uurtje over heeft, rijdt hij met de quad langs de percelen. “Dat is effectiever dan een volveldsbespuiting,” vindt hij. “Het middel komt zo direct terecht komt op de plant die bestreden moet worden, en het bespaart ook de hoeveelheid middel dat nodig is.” Er staat tegenover dat het hem wel wat extra tijd kost.
Daar heeft de methode van het Wageningse onderzoeksinstituut Plant Research International geen last van. Dit instituut ontwikkelde robot RUUD, die ridderzuring te lijf gaat. Ze haalde het idee uit de biologische veehouderij. Met behulp van een motor rijdt de robot over het perceel en speurt met een camera naar groot bladoppervlak. Zodra hij die ontdekt, boort hij met een frees de plant met wortel en al kapot. RUUD moet nog uitgevoerd worden met GPS systeem, zodat hij tijdens zijn werk niet de sloot in rijdt. Ook is er nog een oplossing nodig om de robot goed om kunnen laten gaan met wisselende lichtintensiteiten.
De aanwezige veehouders en loonwerkers op de veldwerkbijeenkomst keken er met belangstelling naar. Helemaal interessant zou het worden als de camera van de robot een spuit zou aan kunnen sturen, oordeelden ze. En als Ruud na het vernietigen van de ridderzuring ook nog gras in kan zaaien, zou de aanpak compleet zijn.
Veel belangstelling voor gewasgeleide schoffel en effecten nieuwe spuit (augustus 2008)
Vijfentwintig veehouders en loonwerkers kwamen op 9 juli een kijkje nemen bij bij de gebroeders Westra, waar deskundigen van DLV een toelichting gaven op de gewasgeleide schoffel en een nieuwe spuit met luchtondersteuning in der maisteelt. De eerste beperkt het gebruik van bestrijdingsmiddelen, de spuit voorkomt drift naar het oppervlaktewater.
Lees meer in de Nieuwsflits Rundveehouderij van augustus
Sleepdoek voor afname middelengebruik (december2007)
De afgelopen jaren heeft de veehouderij in de Bommelerwaard het gebruik van bestrijdingsmiddelen aanzienlijk teruggebracht. Mechanische onkruidbestrijding in combinatie met rijenbespuiting is met succes toegepast, vooral in de maïsteelt. Een techniek die het middelengebruik verder omlaag kan brengen, is het sleepdoek. Dat minimaliseert verwaaiing en vergroot het effect van een bespuiting. In 2006 hebben CLM en DLV-plant demonstraties met de sleepdoektechniek gehouden in de Bommelerwaard en zijn de eerste contacten met loonwerkers gelegd. Het streven is nu om in de loop van 2008 drie systemen operationeel te hebben in de regio.
Lees meer in: Zuiver Water in de Bommelerwaard, Niewsbrief 8.
‘Eigen trilschoffel zorgt voor zekerheid’ (augustus
2006)
Theo van Goch kocht twee jaar geleden een
tweedehands trilschoffel. Hij kwam de machine toevallig
tegen, maar hij komt goed van pas bij de bestrijding
van haagwinde: “De
bestrijding van haagwinde luistert vrij nauw en met een
eigen trilschoffel ben ik niet afhankelijk van wanneer
de loonwerker langs kan komen. Het zorgt dan ook voor
flexibiliteit en zekerheid.” Voor de rijenbespuiting
maakt Van Goch wel gebruik van een loonbedrijf. De resultaten
met de trilschoffel zijn goed en dat is niet onopgemerkt
gebleven. Twee collega’s uit de buurt waren enthousiast
en hebben vorig jaar gebruik gemaakt van de trilschoffel.
(uit: Zuiver
Water in de Bommelerwaard, nieuwsbrief 7)
Mechanische onkruidbestrijding
opgeschaald (december 2004)
In 2004 is op 277 hectare mechanische onkruidbestrijding
in combinatie met rijenbesluiting ingezet. De werkwijze
kan succesvol worden genoemd: de middelenreductie op
deze hectares is gemiddeld 60%. In januari 2005 wordt
besproken hoe dit succes kan worden gecontinueerd.
Goede begeleiding stimuleert (juni 2004)
Het tweede seizoen van de proef in de maïsteelt
is inmiddels in volle gang. Bert van Zeelst, rundveehouder
in Hedel, doet ook dit jaar weer mee. Van Zeelst: "Ik
heb verschillende percelen. Op de lichte grond was de
ervaring perfect, maar op de zware grond stond echt
nog veel te veel onkruid, zelfs nadat er nog een extra
keer was geschoffeld. Dit dus niet meer, dacht ik vorig
jaar."
Arnoud Bink, begeleider vanuit DLV Advies, heeft Van
Zeelst er echter toch van kunnen overtuigen om ook zijn
zware grond weer mee te laten draaien in de proef. Van
Zeelst: "Je kunt natuurlijk ook weinig zeggen na
een jaar. Er is nu een andere schoffel die beter geschikt
zou moeten zijn voor zware grond. Bovendien hebben we
afgesproken dat ik desnoods nog een keer volvelds kan
spuiten."
Van Zeelst is goed te spreken over de begeleiding door
DLV. "Er zijn genoeg boeren die met een beetje
stimulans graag aan de slag willen. En als het project
dan nog zorgt voor een vlotte financiële afhandeling,
dan blijft die goede wil zeker behouden!"
Monitoring zorgt voor bijsturing (juni 2004)
"Het waterschap is nu een jaar de waterkwaliteit
aan het monitoren, en daar komen hele interessante dingen
uit", vertelt Wim de Gaaij, voorzitter van GLTO-Zaltbommel
en waterschapsbestuurslid. En wat blijkt? "In het
project richten we ons tot nu toe vooral op maïs,
chrysanten en fruit. Maar één van de probleemstoffen
die uit de monitoring naar voren komt, wordt in deze
drie gewassen helemaal niet gebruikt: MCPA, een herbicide
uit het graslandbeheer."
De Gaaij, zelf rundveehouder, vindt dat er naast de
lopende deelprojecten dus ook aan MCPA-gebruik in het
graslandbeheer gewerkt moet worden. "Misschien
zijn er wel heel eenvoudige manieren om het MCPA-gebruik
te verminderen, of in elk geval de uitspoeling naar
het water. Je zou bijvoorbeeld kunnen onderzoeken of
het helpt als je verder uit de slootrand blijft met
spuiten."
Duinwaterbedrijf Zuid-Holland heeft inmiddels aan DLV
gevraagd met graslandbeheer aan de slag te gaan. Om
hiermee in het volgende seizoen te beginnen, worden
komend najaar binnen de studieclub bedrijven gezocht
om aan een proef mee te doen.
Rijenbespuiting in 2004 (maart 2004)
De doelstelling voor mechanische onkruidbestrijding
in combinatie met rijenbespuiting is 300 hectare in
de Bommelerwaard. Daartoe is in maart een gesprek gevoerd
met de loonwerkers in het gebied. Hier zijn afspraken
gemaakt over de uitvoering. Duinwaterbedrijf Zuid-Holland
zal het verschil in de kosten ten opzichte van de gangbare
werkwijze aan de boeren vergoeden.
Ook zal in 2005 een demo graslandbeheer worden uitgevoerd.
Hierin wordt het verschil tussen percelen grasland met
en zonder behandeling inzichtelijk gemaakt.
Eindverslag 2003 'Praktijkproef in de maïsteelt'
In het voorjaar van 2004 is het verslag van het jaar
2003 uitgekomen van de praktijkproef met mechanische
onkruidbestrijding en rijenbespuiting in de maïsteelt.
Hieruit bleek dat in 2003 ten opzichte van 2001 een
middelenbesparing van 57% is gerealiseerd, iets minder
dan in 2002 (68%) door de ongunstige weersomstandigheden.
De meeste deelnemers gaven aan wel verder te willen
gaan in de praktijkproef.
Aandachtspunten voor het komende seizoen waren: het
zaaibed, sporen voorkómen, vroeg eggen, nawerking
middelen, onkruiddruk kopakkers en geren, evt. volvelds
bespuiten, financiële compensatie.
Het volledige verslag is hier
te bekijken.
Voortgang proef 2003 (december 2003)
Door een natte periode in het voorjaar, waarin niet
op het land kon worden gewerkt, is op 20 hectare van
de 160 hectare overgegaan op vollegrondsbespuiting.
Voor de overige 140 hectare is de proef succesvol verlopen.
Er is geen extra bewerking, buiten de geplande bewerkingen,
nodig geweest. Indien de 20 hectare waar vollegrondsbespuiting
heeft plaatsgevonden wordt meegeteld, is de middelenbesparing
op de 160 hectare ongeveer 57%. Dat is een daling ten
opzichte van 2002 toen de middelenbesparing 67% was.
Indien de genoemde 20 hectare niet wordt meegeteld is
de middelenbesparing wederom ongeveer 65%. Dat stemt
tot tevredenheid, daarom zal de proef in 2004 waarschijnlijk
gecontinueerd worden en zo mogelijk opgeschaald.
Uitbreiding proef mechanische onkruidbestrijding
en rijenbespuiting (juni 2003)
In 2003 wordt de proef met mechanische onkruidbestrijding
in combinatie met rijenspuit opgeschaald naar 160 hectare.
Dat betekent dat de proef nu meer verspreid door de
Bommelerwaard plaatsvindt en dat er meer loonwerkers
bij betrokken zijn bij de uitvoering van de proef.
Stand van zaken in de studiegroep 2003 (winter
2003)
De hoeveelheid werkzame stof in de maïsteelt is
aanzienlijk verminderd door combinatie van mechanische
onkruidbestrijding en rijenbespuiting. Zo ontdekte de
studiegroep tijdens een bijeenkomst in maart 2003. Dit
jaar zullen de leden van de studiegroep pogen haar resultaten
te verbeteren. Hierbij willen ze het areaal naar 200
ha uitbreiden en enige technische aanpassingen maken.
Wat de plannen voor de graslandvernieuwing zijn blijft
vooralsnog onduidelijk.
Op een derde van de percelen was op de kopakker en de
geren dit voorjaar nog onkruid zichtbaar. Zo ontdekte
de studiegroep voor de rundveehouderij tijdens een bijeenkomst
in maart. De rundveehouders zelf waren deels teleurgesteld
over de aangetroffen hoeveelheid onkruid. Volgens DLV
is het aandeel werkzame stof 1 kg per ha teruggebracht
naar 0.26 kg.
Op basis van de praktijkproef van vorig jaar hebben
de deelnemers ervaring opgedaan voor het komende jaar.
Bijvoorbeeld het rotoreggen, dit kan 14 dagen voor het
zaaien, of de eerste keer schoffelen, dit kan een dag
voor het opkomen van de maïs nog.
Schoffelen
in maïs (zomer 2003)
De deelnemers hebben bijgehouden hoeveel middelen
zij de afgelopen twee jaar hebben gebruikt en vervolgens
is met de milieumeetlat de milieubelasting berekend.
Gezamenlijk is toen gekeken hoe het minder kan - preventie,
mechanische methoden of andere middelen - en wat dat
voor milieuwinst en meerkosten oplevert.
Praktijkproef mechanische onkruidbestrijding
In het voorjaar van 2002 voerde DLV een praktijkproef
mechanische onkruidbestrijding uit. Op 100 hectare maïsland
werd het onkruid bestreden met een combinatie van schoffelen
en rijenbespuiting. De te verwachten reductie in gewasbeschermingsmiddelen
was geschat op 75%. De emissiereductie is in feite nog
hoger door de inzet van een rijenspuit.
Op de bedrijven van de 9 deelnemers van de studiegroep
en bij enkele boeren uit de GLTO-kring Maasdriel werd
deze proef uitgeprobeerd. Loonwerkers uit de studiegroep
voerden het werk uit.
Weliswaar werd er bespaard op de kosten voor gewasbeschermingsmiddelen,
maar de proef bracht wel extra kosten met zich mee door
extra arbeidsuren. De deelnemers zijn hiervoor gecompenseerd.
Deze proef was een eerste afspraak tussen boeren in
de Bommelerwaard en Duinwaterbedrijf Zuid-Holland en
kan dus het eerste convenant worden genoemd. Bovenaan
deze pagina vindt u een beschrijving van de resultaten
en de recentelijke ontwikkelingen binnen de studiegroep.
Meer info 
|